Alex van Warmerdam

 

Koen Broos

“Waar komt u vandaan?”

“Ik weet het niet”

“Iedereen komt ergens vandaan.”

“Uit de mist.”

 

 

Het personage Sigrid in De verschrikkelijke moeder (2004) van Alex van Warmerdam heeft zelf geen idee waar ze vandaan komt, en ze is zeker niet het enige personage in de toneelteksten van deze auteur. In het universum van Alex van Warmerdam lijken de figuren zo uit het niets ergens te zijn neer geplant door hun geestelijke vader. De wereld van van Warmerdam staat op zichzelf, en wie vaker de stukken van deze schrijver betreedt, herkent die wereld onmiddellijk. Ze worden veelal bevolkt door families die zich onderling in verstikkende relaties bevinden, dominante vrouwen, bekoorlijke meisjes en mannen die hun lusten niet kunnen onderdrukken. Zijn figuren leven geïsoleerd of zijn onderweg, al wordt nooit duidelijk waarheen precies. Het draait allemaal om de situatie waarin zij zich op dat moment bevinden en die is vaak al absurd genoeg.

Alex van Warmerdam (°1952) wordt geboren in Haarlem. Na de Grafische School doorloopt hij de Rietveld Academie in Amsterdam, waar hij afstudeert in vrije grafiek en schilderen. Van Warmerdam is medeoprichter van het muziektheatergezelschap Hauser Orkater. Met voorstellingen als Het Vermoeden (1977) en Zie de Mannen Vallen (1979) oogst het gezelschap succes in binnen- en buitenland. In de periode bij Hauser Orkater (1974-1980) kan van Warmerdam zijn eerste stappen zetten als toneelauteur, door tekstbijdragen te leveren aan de verschillende producties. Als de groep in 1980 ophoudt te bestaan, gaan verschillende andere gezelschappen onder de vlag van Stichting Orkater verder; van Warmerdam richt samen met Thijs van der Poll en Marc van Warmerdam De Mexicaanse Hond op. Voor dit gezelschap schrijft hij diverse toneelstukken, die hij ook regisseert. Hij acteert, componeert (vaak in samenwerking met anderen) en doet de vormgeving van de voorstellingen.

In de eerste stukken van van Warmerdam, waaronder Graniet (1982), De Wet van Luisman (1984), De Leugenbroeders (1988) en Het Noorderkwartier (1990) worden de dialogen vaak afgewisseld met liedjes en stukken muziek. De teksten uit deze eerste periode bevatten nog veel regieaanwijzingen en lijken daardoor eerder op een filmscript dan op een traditionele toneeltekst. Van Warmerdam beschrijft uitgebreid de beelden en handelingen tussen de dialogen door. De gesproken teksten kunnen ieder moment overgaan in een filmpje, naar een sprekend schilderij of gefiguurzaagde personen die onderdeel zijn van het decor. Naast acteurs zijn er altijd muzikanten op toneel, die zo een scène in kunnen wandelen om een lied in te zetten. In Kaatje is verdronken (1993) krijgen de dialogen tussen de personages meer ruimte en in Kleine Teun (1996) zijn de muzikanten zelfs helemaal verdwenen. De gelaagdheid in het verhaal, waarvoor van Warmerdam in zijn eerste toneelteksten nog verschillende media en complexe rolverwisselingen nodig heeft, roept hij nu voornamelijk met taal en personages op. In de daarop volgende jaren kan van Warmerdam zijn specifieke schrijfstijl steeds meer gaan ontplooien in stukken als Adel Blank (2000), Welkom in het Bos (2002), De verschrikkelijke moeder (2004), Wees ons genadig (2007) en Bij het kanaal naar links (2011).

Ondertussen is van Warmerdam ook doorgebroken als filmmaker met de film Abel. Ook hierin weet hij een geheel eigen herkenbare stijl te ontwikkelen en is hij naast regisseur, ook auteur, componist, acteur en ontwerpt hij de decors voor zijn films. Met titels als De Noordelingen, De jurk, Grimm en Ober verovert van Warmerdam een belangrijke plaats in het Nederlandse filmlandschap en wordt hij ook internationaal geprezen. Zijn film Borgman wordt als eerste Nederlandse film in achtendertig jaar geselecteerd voor de hoofdcompetitie van het prestigieuze filmfestival in Cannes.

 

De wereld van van Warmerdam

 

Opvallend in het vroege werk van Alex van Warmerdam is dat het vaak mannen zijn die de hoofdrol vervullen. Vrouwen zijn doorgaans mysterieuze wezens, met wie de kinderlijk onhandige mannetjes nauwelijks contact hebben, maar over wie ze maar al te graag fantaseren. In Kaatje is verdronken is het voor het eerst een vrouw die de hoofdrol vervult. De vijftienjarige Kaatje die in al haar ontluikende seksualiteit en rebellie haar ouders tot wanhoop drijft, vormt de spil van het verhaal. Vrouwen gaan vanaf dat moment een steeds prominentere rol spelen in zijn stukken, het zijn vaak dominante moeders en echtgenotes (Kleine Teun, De verschrikkelijke moeder, Adel Blank), maar ook begerenswaardige muzen (Wees ons genadig) of prooien waarop gejaagd wordt (Welkom in het bos). Ook gaat van Warmerdam zijn stukken steeds vaker situeren in een gezin. Het is voor hem de ideale plek om zijn fantasie op los te laten “In de familie, daar borrelt het, daar kun je van alles instoppen, zonder dat je het uit hoeft te leggen,” vertelt hij in een interview met Trouw. Binnen het strijdtoneel van het gezin is er altijd wel iemand die eruit wil breken en de wijde wereld in wil, maar meestal is er geen uitweg mogelijk. Alles blijft binnen de muren van het gezin, of van het dorp. Met soms een buitenstaander die de besloten gemeenschap ineens binnendringt, waardoor de gemoederen nog verder oplopen. En als men dan toch op pad gaat, dan leidt dat dikwijls nergens toe. In Welkom in het bos dwalen twee vrouwen door een Shakespeareaans bos en komen onderweg verschillende vreemde figuren tegen, maar waar ze nu eigenlijk heengaan, is onduidelijk.

Evenzo onduidelijk is het waar de personages van van Warmerdam nu precies vandaan komen, wat hun achtergrond is en wat hun drijfveren zijn. Voor acteurs niet altijd even makkelijk om te spelen. “De theaterteksten van Alex van Warmerdam zijn de meest beroerde en ellendige teksten die ooit voor acteurs zijn geschreven,” aldus acteur Aat Ceelen in een toespraak in de jaren negentig. Ceelen, die in een groot aantal stukken van van Warmerdam speelde, zei dit natuurlijk met een glimlach. Waar hij op doelt is dat de personages vaak zo voor zich spreken, dat er voor een acteur niet veel meer bij te verzinnen valt.

 

Dora: Jij hebt een zoon. Dat heb je me nooit verteld.

Fannie: Waarom zou ik? Die zoon is er, zijn naam valt af en toe. Waarom zou ik zeggen: “Dora, ik heb een zoon.” Ik zeg toch ook niet: “Dora, ik heb een fiets” Je ziet me toch fietsen.

 

(Uit: Welkom in het bos)

 

Van Warmerdam heeft de psychologie van de personages niet nodig om ze tot leven te wekken. “Als ik personages schrijf, weet ik eigenlijk niets van die mensen. Als je me vraagt: die man heeft een dochter, heeft hij nog meer kinderen?, dan heb ik geen idee,” vertelt hij in een interview met Vrij Nederland. Zijn personages bestaan bij de gratie van het moment, en dat maakt ze vaak zo geestig. What you see, is what you get. Bijna nooit verzanden ze in larmoyant gepeins of biechten ze hun geheime zielenroerselen op. Dat hoeft niet, want ze zeggen gewoon waar het op staat. Hun taal is direct en niets verhullend.

 

“Nu eet ik mijn pasteitje en morgen heb jij een snor. En de schaamte die je voelt omdat je geen baardgroei hebt is volkomen gedateerd. Je bent geen Batavier.”

 

(Uit: Adel Blank)

 

En toch weet van Warmerdam zijn eigen stijl ook weer tegen te kleuren door zijn personages af en toe wel ineens te laten uitbarsten in een lyrische tekst, om zo hun innerlijk te laten spreken. Als Elvira in De verschrikkelijke moeder tegen haar broer zegt dat ze samen met hem naar het noorden wil verhuizen, ziet hij dat liever niet gebeuren. Iedere man vormt immers een gevaar voor haar.

 

“En trap niet in zijn blauwe ogen en zijn teder handgebaar, trap niet in de veldfles met het koele water en het ongezouten brood, trap niet in zijn sierlijke borsthaar en zijn zoete bokkengeur”

 

Maar Elvira wil helemaal geen man, ze wil gewoon naar buiten:

 

“Een kalme golfslag, dat wil ik, het vlaggetje van de haringkar dat wappert in de wind.”

 

De toneelstukken van van Warmerdam worden vaak bewoond door mensen die een beetje buiten de maatschappij staan. Ze leven in hun eigen universum, waarin vanzelfsprekendheden onderuit worden gehaald en het vreemde normaal wordt. Daardoor worden ze ook wel eens ‘moderne sprookjes voor volwassenen’ genoemd. Van Warmerdam was zelf zeer geïnspireerd door de sprookjes van de gebroeders Grimm en die invloed is in zijn werk vaker terug te vinden.

Met zijn stuk Bij het kanaal naar links slaat van Warmerdam een net iets andere weg in. Hij laat voor het eerst een maatschappijkritisch geluid horen. Bij het kanaal naar links gaat over angst voor het vreemde en haat binnen de eigen cultuur. Van Warmerdam legt onze volksaard bloot en snijdt daarmee actuele thema’s aan. Het is wederom een stuk in de typische van Warmerdam-stijl en ook nu weer vindt de handeling plaats binnen de benauwde muren van twee gezinnen, maar hij breekt met deze tekst ook uit zijn eigen universum door de realiteit van alledag binnen te laten in zijn stuk.

In 2011 ontvangt van Warmerdam de Taalunie Toneelschrijfprijs voor Bij het kanaal naar links. “Van Warmerdam’s gevoel voor beeld, taal, dosering, inhoud, ernst en humor komen in dit stuk perfect samen,” aldus het juryrapport.

 
DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT ‘BIJ HET KANAAL NAAR LINKS'”
 

Contact: laura@orkater.nl

Geschreven door Manon Wittebol


BIBLIOGRAFIE

Hauser Orkater collectief

  • Op avontuur (1972)
  • Famous Artists (1975)
  • Het vermoeden (1977)
  • Entree Brussels (1978)
  • Zie de mannen vallen (1979)

 

De Mexicaanse Hond

  • Broers (1981)
  • Graniet (1982)
  • De wet van Luisman (1984)
  • Onnozele kinderen (1986) – uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek
  • De leugenbroeders (1988)
  • Het Noorderkwartier (1989)
  • Kaatje is verdronken (1993)
  • Kleine Teun (1996)
  • Adel Blank (1999)
  • Welkom in het bos (2002) – uitgegeven bij Rap
  • De verschrikkelijke moeder (2004) – uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar
  • Wees ons genadig (2007) – uitgegeven bij Nieuw Amsterdam
  • Bij het kanaal naar links (2011) – uitgegeven bij Nieuw Amsterdam
  • Het gelukzalige (2016) – uitgegeven bij Nieuw Amsterdam