Barbara Claes

Eveliene Deraedt

Barbara Claes (°1983) is een van de meest opmerkelijke en eigenzinnige theaterauteurs van haar generatie. Ze schrijft teksten die pendelen tussen messcherpe sociale analyse en absurde, groteske verbeelding. Ze volgde een opleiding Audiovisueel Assistent aan film- en theaterschool RITCS Brussel en behaalde in 2010 met grote onderscheiding haar meestergraad in het theater, eveneens aan het RITCS.

 

Maatschappelijke blinde vlek

 

De eerste stukken van haar hand zijn Oesliesie Hospody (2007) en Avonturen op en rond de vensterbank (2010). Het bijzondere idioom van deze schrijfster/maakster wordt al meteen duidelijk in die vroege teksten. Het zijn verhalen met een sterk sociaal-maatschappelijk ankerpunt, waarbij het verhaal fungeert als een aanklacht tegen onze maatschappelijke blinde vlek voor sociale situaties en drama’s die in de marge geduwd en gehouden worden. Ze installeert telkens een heel eigen taal. In de vroege teksten blijft deze taal nog vrij mimetisch-realistisch, wel al met een sterk volks karakter, waardoor de lezer vanaf het eerste woord in een specifieke sociale context gezogen wordt. Avonturen op en rond de vensterbank verbeeldt een gezinsdrama, in drie delen. In deel één vertelt de dochter haar verhaal, waarin een vorm van misbruik bijna terloops aan bod komt maar wel duidelijk het verdere leven van dit meisje tekent.

 

Ik ben helemaal geen braaf meisje. Ik ben helemaal geen meisje. Ik ben een kind van een verveeld huishouden op de rand van de gouden eeuwverontrusting.

 

In deel twee is de vader aan het woord:

 

Op het afscheid van de koffietassen op den acte de presence van mijn schoonmoeder ondervind ik dat ik lijd aan pathologische liegenarij. […] Ik ben genen brave man. Ik ben helemaal gene man. Ik ben de sloef van ne wereld op achterpoten.’

 

In deel drie komen de verhalen samen in een ander perspectief. De feiten lijken zich om te keren, alles wordt dubieus. Belangrijker dan aan te duiden wie schuldig is in dit verhaal, wil Barbara Claes wijzen op het feit dat iets een beloop neemt, dat slachtoffers vaak niet gehoord worden en er zelden fundamenteel verandering komt in hun situatie. De tekst krijgt in deel drie de vorm van een mis die we samen meemaken. Dus ook wij, het publiek of de lezer, de maatschappij die zich rond het verhaal schaart, maken deel uit van dat verhaal. De tekst is nu een aaneenschakeling van samenzang, afzonderlijke verhalen en preken.

 

Dochter doet geschiedenis, vader doet geschiedenis, beiden doen ze een samenvatting van een zwijgzame geschiedenis […] vader komt vrij,moeder gaat bij kerkkoor, kerkkoor sluit de zaak, advocaat omgekocht […] boek wordt uitgebracht, verfilming gesubsidieerd, dochter blijft vergeten […] vader doet mis,dochter doet gelijkenis, allemaal tesamen, ik heb hem van kant gemaakt.

 

Naast eigen werk maakt Barbara verschillende stukken met haar tweelingzus Stefanie Claes, die ook een opleiding theater volgde aan RITCS: Maar de wolven die leven nog (2010), Bottekes (2011), Triomff (2011), en De Bultenklacht (2012). In die stukken experimenteren beide makers met de manier waarop ze een voorstelling tot stand willen laten komen. Ze werken onder meer samen met leerlingen van verschillende scholen en met psychiatrische patiënten. De eerste stappen in participatief werk zijn hier gelegd.

Samen met Stefanie Claes en Simon Allemeersch maakt ze in 2012 Het fantastische Leven van de heilige Sint Christoffel, geselecteerd voor Het Theaterfestival en Circuit X en gelauwerd met de Roel Verniersprijs. Uit die samenwerking ontstaat een groter collectief: Lucinda Ra, bestaande uit Barbara en Stefanie Claes, jazzdrummer Giovanni Barcella en jazzsaxofonist Jeroen Van Herzeele, regisseur-auteur Simon Allemeersch, fotograaf Maarten De Vrieze en dramaturg Bart Cappelle. Samen maken zij in 2015 Het Fioretti Project, waarvoor ze een jaar lang in residentie gaan op de afdeling kinderpsychiatrie ‘Fioretti’ van het psychiatrisch ziekenhuis Ghuislain in Gent. Belangrijk voor dit project is dat de groep geen voorstelling simpelweg over of met deze kinderen willen maken. Ze willen niet indringen in de therapie van deze kinderen of hun verhalen weergeven. Ze willen gewoon aanwezig zijn zodat er na verloop van tijd zelf iets kan ontstaan. In de combinatie van rauwe teksten, absurde beelden, knip- en plakwerk, illustraties, maquettes, projecties, maskers en geïmproviseerde jazz-muziek komt Lucinda Ra tot een poëtisch portret van het leven in Fioretti.

 

Niks is verzonnen hooguit een beetje overdreven

 

Ook voor Lucinda Ra schrijft Barbara in 2016 Akaaremoertoe Bahikoeroe (In het bos van Bahikoeroe), een tragikomisch gezinsdrama, waarvoor ze genomineerd wordt voor de Vlaams-Nederlandse Taalunie Toneelschrijfprijs. Het stuk is geschreven in West-Vlaams dialect – ‘De onverklaarbare woordenlijst’ is achteraan bijgevoegd. Van aan het begin is ‘de schrijfster van dees stuk’ als personage mee aanwezig in de tekst:

 

ik ben de Schrijfster van dees stuk/als er klachten zijn of als u iets niet goed verstaan hebt mag u mij achteraf altijd terugschrijven niks uit deze uitgave mag gekopieerd worden of in’t openbaar gemaakt wél onder voorbehoud binnen de huiskamers gehouden/alle voordragende personen zijn echt en niks is verzonnen hooguit een beetje overdreven/dit verhaal is meermaals echt gebeurd ik kan het weten want ik ben de Schrijfster van dees stuk’.

 

Het eerste deel bevat een heldere, scherpe maar poëtische uiteenzetting van de feiten. We bevinden ons in Kerkstraat nummer vijftien, bij het gezin Vandenbroeck. De vijf kinderen van het gezin en de vader worden dood teruggevonden in een bos achter het huis. De kinderen in vuilniszakken, allemaal de keel overgesneden. De vader bengelend aan een touw in een boom. Daarna tuimelt de tekst in een reeks absurdistische scènes, waarin gaandeweg een aantal dynamieken naar boven komen in het gezin en in het dorp, die mogelijk een rol hebben gespeeld bij dit trieste drama. We ontmoeten vreemde, allegorische personages: de moeder is ‘de Bom van Hiroshima’, er zijn ‘de Opper-Maderka’, ‘het Neutrale Voetstuk’, ‘Bahikoeroe’ en ‘de directeur van de directeur van de directeur’. Ook in deze tekst voelt het alsof we als lezers/toeschouwers betrokken zijn: we gaan mee op pad in het dorp, op zoek naar de waarheid. Maar we worden tegelijk deel van het dorp, en daarmee opnieuw deel van een sociale situatie waarin een drama is kunnen gebeuren.

Barbara Claes componeert een fantasierijk universum waarin ze stem geeft aan pure menselijke miserie, aan het grote verschil tussen arm en rijk en het onrecht dat daarmee gepaard gaat.

 

de directeur van de directeur van de directeur: we zijn allemaal mensen/maar een koppel dat elkaar in een beschutte werkplaats heeft leren kennen/daar heb ik toch mijn bedenkingen bij/soort zoekt soort/dat is onze natuur/maar zet de kat niet bij de melk/ze zijn beiden analfabeet/wat moet je dan in godsnaam met een laptop?’.

 

Ook in deze tekst komen muzikale aspecten aan bod: stukken tekst die klinken als een lied met strofen en refreinen. Het terugkerende refrein in het eerste deel van de tekst legt meteen de vinger op de wonde en wijst op een verantwoordelijkheid bij wie toekijkt in dit verhaal:

 

‘er is nen trein ontspoord in Brussel-Noord/een accident op den E40/met een dorp Kozakken aan het woord/de kleine vermist van den bloemist van Diest/ik ben ne ramptoerist tot in mijn kist’

 

Samen met zus Stefanie maakt Barbara Claes ook in 2016 de voorstelling Euthanasie met Barbara en Stefanie. De zussen raken aan een onderwerp waar ze persoonlijk mee in aanraking kwamen, maar dat in vele gevallen nog taboe is. Belangrijk voor hen is het onderwerp te benaderen met humor en lichtheid. “De wetgeving en de praktijk zijn zo rationeel. Al snel raak je verstrikt in een web van letterlijkheid. We ondervonden dat lichtheid een belangrijk instrument is om ons verhaal te vertellen. Bij lezingen over de laatste palliatieve zorgen, steken specialisten niets onder stoelen of banken. Maar dat ze ook met een kwinkslag over de dood spreken, voelt als een bevrijding. Ook bij de rollenspelen die Leif-artsen tijdens de opleiding inoefenen, komt veel humor kijken.” In de tekst vertellen ze het verhaal van een oude man en een jong meisje.

 

ik ben Mimi Schmidt ik heb ook euthanasie aangevraagd want ik heb last van vogels/maar Mimi Schmidt gij zijt nog zo jong zo jong/jamaar ik zeg ze gaan nie weg
 die vogels die dwerggors die laplanduil die grauwe adelaarde kraai staat nooit meer stil
 die ooievaren
 wat een barbaren/hoelang zijt gij al aan’t ruiven van die duiven?/ze zitten clandestien onder mijn ribben vanaf mijn tien/wat wil jij dan wat wil jij dan Mimi Schmidt?/ ik wens ne zwaluwtocht te maken met uitkijk op de rode zee niet in mijn blootje maar in een bootje ik ben Mimi Schmidt’.

 

De tekst is haast helemaal als een partituur te lezen. Sommige delen zijn echter zonder woorden en staan kort beschreven, dan vindt er een animatie of een dans plaats.

 

‘15: tweede derwisjdraai/Osman draait/Barbara en Stefanie draaien/Philippe draait/Mimi draait/alles draait/iedereen draait/licht/nog lichter/heel licht/donker’.

 

De hele tekst baadt in mysterie, traagheid, ritueel. “Het stilvallen dat de dood is, roepen we op als een traag en lang proces. Het is alsof de tijd opgeheven wordt.” Deze tekst gaat in essentie over euthanasie, maar is niet geschreven om een standpunt te verkondigen. Beide makers benaderen het thema op een open manier en zoeken naar beelden voor verschillende vormen van fantasie en gevoel rond dit onderwerp. Hoewel de scène waar de ‘kardinaalvogels’ spreken er tegelijk geen doekjes om windt:

 

ooitanasie ish mort taboe oehoe/ Goebels Mengele Mostefai de Franse Revolutie Andrash Pandy Breifkip allemaal Euthanaseurs/aborteer u een wesp maar niet uzelf abortus provocatoesh ish mort taboe hoe hoe’.

 

In 2017 komt Lucinda Ra met Grondwerk, een driedaags ‘festival’ of ‘atelier’ waarin ze als collectief afzonderlijke voorstellingen en onderzoeken presenteren. Met dit concept vestigen ze zich in verschillende theaterhuizen. Binnen Grondwerk toont Barbara de zangperformance Jordy – een tragisch, waargebeurd verhaal over een 19-jarige jongen die dood wordt teruggevonden in een tentje in het recreatiepark de Blaarmeersen in Gent. Jordy werd als kind al vroeg in een pleeggezin geplaatst omdat zijn gescheiden ouders niet naar hem omgekeken. Later belandde hij in een begeleidingstehuis, maar vanaf zijn 18 stond hij, te vroeg, op eigen benen. Hij stierf alleen en in ontbering. Het lied is vooral een verwerking van een artikel van journaliste Eline Bergmans in De Standaard op 6/4/2017. In een volgende stap werkt Barbara Claes aan een script waarin ze het verhaal van Jordy zal uitwerken tot een film. De overstap naar een ander medium past bij de Claes’ reflex om telkens de grens van een discipline op te zoeken en combinaties te maken: theater, beeldende kunst, poëzie, maar evenzeer de grens tussen realiteit en verbeelding, tussen documentaire en fictie. Met deze ingrediënten belooft het verdere pad van deze talentvolle kunstenaar erg relevant en spannend te blijven.

 
DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT AKAAREMOERTOE BAHIKOEROE’
 

Contact: claes.barbara@hotmail.com

Geschreven door Esther Severi

Esther Severi is sinds 2015 dramaturge bij het Kaaitheater en geeft les aan de theaterafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Ze werkt samen met kunstenaars als Els Dietvorst, Thomas Bellinck, Radouan Mriziga, Katja Dreyer en Michiel Vandevelde.


BIBLIOGRAFIE

  • Oesliesie Hospody (2007)
  • Avonturen op en rond de vensterbank* (2010)
  • Maar de wolven die leven nog (2010)
  • Bottekes (2011)
  • Triomff (2011)
  • Het fantastische leven van de Heilige Sint-Christoffel zoals samengevat in twaalf taferelen en drie liederen (2011)
  • De Bultenklacht, een concert voor rusteloze zielen (2012)
  • Kamelen en muzieken, een concert door de Bourgeoisie (2013)
  • De Bultenklacht (2014)
  • Het Fioretti Project (2015)
  • Euthanasie met Barbara en Stefanie* (2016)
  • Akaaremoertoe Bahikoeroe* (2016)
  • Grondwerk (2017)
  • Jordy (2017-2018)

*uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek