Freek Mariën

Johan Jacobs

Freek Mariën (°1988) is op dit moment een van de weinige theaterauteurs in Vlaanderen die een eigen parcours heeft opgebouwd in het schrijven voor een jong publiek. Het zou echter niet correct zijn om hem enkel in dat licht te zien. Op z’n dertigste is Mariën de belichaming van wat een hedendaags theaterauteur in Vlaanderen kan zijn. Soms schrijft Mariën andere genres, zoals proza, maar in de eerste plaats kiest hij voor theater. Als theatermaker en schrijver creëert hij producties in de schoot van zijn eigen gezelschap, het in Mechelen gevestigde Het Kwartier, waarvan hij algemeen en artistiek leider is; daarnaast ziet hij zich als de auteur van autonome stukken die ook los van hun eerste enscenering kunnen worden gelezen en heropgevoerd. Zijn stukken geven blijk van een enorm taal- en vormbewustzijn; tegelijk spreken er een grote betrokkenheid op mens en wereld en een immer groeiend engagement uit. Vorm en inhoud zijn voor Mariën immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Freek Mariën werd geboren in Gent en groeide op in Mechelen in een gezin met een brede artistieke en culturele interesse. In 2012 studeerde hij af als Master in het Drama aan KASK Gent. Tijdens zijn studies viel hij al op met De Nietjesfabriek, een jeugdtheatergezelschap dat hij in 2008 had opgericht samen met Sarah Van Overwaelle. In 2015 gingen zij elk hun eigen weg. Samen met zijn zus Ruth stichtte Freek Mariën Het Kwartier, en besliste hij zich voortaan niet enkel op een jong publiek, maar ook op volwassenen te richten.

 

Heikele onderwerpen voor een jong publiek

 

Sinds zijn debuut met de Othellobewerking Iago [Repetitie van het niets] in 2009 heeft Mariëns schrijven een continue ontwikkeling doorgemaakt, die getuigt van een grote flexibiliteit. Tegelijkertijd keren een aantal facetten steeds terug, zoals zijn taalgevoeligheid en zijn engagement.

Grosso modo zijn in Mariëns schrijven tot nu toe drie fasen te onderscheiden. De eerste periode valt min of meer samen met het bestaan van De Nietjesfabriek als gezelschap. Derwazeens (2009), Vergiet (2011) en Altijd tijd voor taart (2013) zijn duidelijk voor een jong publiek geschreven. De kracht van de verbeelding staat erin centraal, waardoor de realistische setting wordt opgetild naar een sprookjes- en magisch-realistische sfeer. Op een integere, poëtische en vaak tragikomische manier behandelen deze drie teksten soms heikele onderwerpen die voor kinderen zeer herkenbaar zijn: ziekte en dood, vriendschap, familie, en het gegeven dat ouders het er soms moeilijk mee hebben om een goede balans tussen hun werksituatie en hun privéleven te vinden.

Opvallend is dat Mariën er al in die fase van zijn ontwikkeling rekening mee houdt dat zijn stukken niet enkel goede speelteksten moeten zijn, maar een autonomie in zich moeten dragen als tekst an sich. Dat blijkt onder meer uit zijn gebruik van regieaanwijzingen, die een onmisbaar onderdeel zijn van het stuk. In Vergiet bijvoorbeeldgeven de regieaanwijzingen een extra inkijk in het hoofdpersonage, een dementerende opa, in het stuk “IK” genoemd. Zo blijkt de man in gedachten helderder en een groter besef te hebben dan hijzelf uitspreken kan.

 

IK Hebt ge wat muziek opgezet?

ZIJ. Ken je het nog?

IK Ja… 

ZIJ Ja? 

IK Wat?

ZIJ De muziek.  

IK Ja/   

er speelt muziek.

ZIJ Ken je het nog? 

Je hebt mij altijd gezegd  

dat dat je trouwnummer was.

IK Wablief?  

ZIJ Je openingsdans. 

IK Wanneer zijt gij getrouwd?

ZIJ Ik ben niet getrouwd/     

opa.    

Ze vindt het jammer.  

Ik zie het.  IK        

Ik ook niet.    

ZIJ Toch wel/    

dat was je openingsnummer.  

IK Juist!  

Dat was ons openingsnummer.    

Er speelt muziek…  

Dat is lang geleden.    

Mee proberen zingen.    

Ze helpt me recht.  

ZIJ  Kan je nog dansen? 

Overtuigd knikken.

 

Existentiële thema’s

 

Met Wachten en andere heldendaden (2014), de laatste productie van De Nietjesfabriek, en De schaar van de tsaar (2016) zet Mariën een belangrijke stap in zijn volwassenwording als auteur. Ook zij hebben in de eerste plaats een jong publiek voor ogen, maar spreken door hun grotere abstractie vele leeftijden aan. De sfeer is niet langer fantastisch, maar absurdistisch. Voor beide teksten lijkt de Ierse auteur Samuel Beckett een inspiratiebron. Ook inhoudelijk maakt Mariën een evolutie door. Hij laat de privétrauma’s waarmee een (jong) persoon kan worden geconfronteerd achter zich, en begeeft zich op een existentiëler en sociaal-politieker plan. Beide stukken schetsen een samenleving-in-het-klein, waar strakke afspraken en gewoonten bestaan. Wanneer een plotse verandering optreedt, komen de onderlinge verhoudingen op scherp te staan.

Zo zelfverzekerd bijvoorbeeld als de wachters in Wachten en andere heldendaden bij aanvang van het stuk zijn, zo ontwricht raken ze wanneer een van hen verdwijnt. Hun gedachten slaan op hol wanneer ze zich zijn terugkeer voorstellen.

 

die kleine met zijn snor Kleine met uw tetten. Als hij hier komt, uw stip. En als uw stip hij blijkt te zijn. Is hij dan nog een bewaker?

die hoge met zijn ogen Is hij dan nog in dienst?

die kleine met zijn snor Dat hij zijn dienst dan doet.

die hoge met zijn ogen Dus hij is niet in dienst?

die kleine met haar tetten Neen.

die kleine met zijn snor Neen.

die hoge met zijn ogen Dan is hij een ander.

die kleine met haar tetten Dan mag hij hier niet komen.

die kleine met zijn snor Dan is hij eender wie.

die hoge met zijn ogen Dan is hij een vijand.

die kleine met haar tetten Dan moeten we hem zeggen:

die kleine met zijn snor Blijf staan.

die hoge met zijn ogen Blijf.

die kleine met haar tetten Dit is verboden terrein.

die kleine met zijn snor En hij dan: Maar ik ben het. Ik. Die smalle lange.

die hoge met zijn ogen En wij: dit is een waarschuwing.

die kleine met zijn snor Ge kent mij toch nog?

die kleine met haar tetten Niemand mag het gebied achter de Muur betreden.

die kleine met zijn snor …de Muur betreden, ja!

die kleine met haar tetten Nog één stap en we zijn genoodzaakt tot het gebruik van geweld of vrijheidsbeperkende middelen.

die kleine met zijn snor Gij, kleine met uw tetten? Ge weet het toch nog? Van het lepeltje?

die kleine met haar tetten Handen boven uw hoofd, omdraaien en wegstappen.

die kleine met zijn snor Ge hebt het nog gezegd: dat we dat nog mogen meemaken! Dat zeidt gij, en ik zei: ja!

die hoge met zijn ogen Dit is uw laatste waarschuwing.

die kleine met zijn snor Gij, hoge met uw ogen? Ge weet toch nog wie ik ben? Ik kom hier weer werken! Ik ben zo blij om u te zien.

die hoge met zijn ogen Handen boven het hoofd. Ja, goed zo.

die kleine met zijn snor Ik heb dorst. Krijg ik op zijn minst wat water? Ik heb dagen niet kunnen drinken.

die hoge met zijn ogen Omdraaien.

die kleine met haar tetten Blijft van uw muts.  

die kleine met zijn snor Ik kan echt niet helemaal terug, dat overleef ik niet. Ik heb niet gerust om jullie zo snel mogelijk terug te vinden.

die kleine met haar tetten Als ge nog één keer aan uw muts komt, ga ik die muts in uw strot rammen zodat ge nog weken bont schijt!  

die hoge met zijn ogen Omdraaien. Ja.

die kleine met zijn snor Ik heb niks misdaan. Laat mij blijven. Ik neem jullie shift over. Ge moogt mij commanderen. Ge moogt mij gebruiken. Maar stuur mij niet terug.

die hoge met zijn ogen En wegstappen.

die kleine met zijn snor Stuur mij niet terug. Ik kan niet meer.

die hoge met zijn ogen Wegstappen.

die kleine met zijn snor Ik…

die hoge met zijn ogen Ja. Goed zo.  

ZE HEBBEN GEZWEGEN.

die kleine met haar tetten Als hij hier komt, dan moeten we hem vangen.

die hoge met zijn ogen Verjagen.

die kleine met zijn snor Of doden.

 

Grote thema’s als individualiteit en solidariteit; macht, controle en hiërarchie; identiteit en migratie brengt Mariën op een subtiele en geraffineerde wijze in deze teksten ter sprake. En dat haast spelenderwijs ook: vormelijk zijn de stukken immers verwant aan een kinder- en gezelschapsspel. In De schaar van de tsaar bijvoorbeeld kennen de personages elkaar een rol toe, die van de Papa, de Mama en het Kind. Ze spelen een gezinnetje, zoals ook kinderen soms doen – maar wie weet zijn ze ook wel een gezin?

 

Politiek engagement

 

Sindsdien is het palet van Mariën nog diverser geworden. Het puin van Eden (2018) schrijft hij samen met Carl von Winckelmann (°1982). Co-auteurschap is voor beiden een geheel nieuwe werkvorm. Inhoudelijk echter grijpt de dialoog terug naar voor Mariën vertrouwd terrein. Het puin van Eden gaat over de kantelleeftijd van tien jaar oud, waarop de verbeelding zoals die zich bijvoorbeeld uit in kinderspel, in het gedrang komt door het opgroeien en de sociale druk die daarmee gepaard gaat. Ook identiteit keert als thema terug: in welke mate worden wij als mens mede bepaald door de blik van buitenaf? Voor het eerst in zijn carrière gaat Mariën ook in opdracht schrijven, en neemt hij zelf niet de regie van zijn teksten waar: dat is het geval bij Wat ze zeggen van de olifant (2017) en de korte monoloog De strop (2018), die als onderdeel wordt opgevoerd van JUST=, een coproductie van de Mechelse gezelschappen ARSENAAL/LAZARUS en Zefiro Torna. Samen met het groots opgezette, maar nog niet opgevoerde ensemblestuk Limonov (2016), laat De strop een nieuwe wind door Mariëns oeuvre waaien. Met beide teksten richt hij zich op een volwassen publiek, en baseert hij zich op waargebeurde feiten.

In De strop voert hij Joseph Pholien op, een Waals-Belgisch politicus die in 1952 ontslag nam als minister van Justitie omdat de publieke opinie het hem kwalijk nam dat hij de doodstraf voor oorlogsmisdadiger Richard De Bodt in levenslange dwangarbeid had omgezet. Mariëns tekst leest als ’s mans apologie en stelt de vraag of de wil van het volk, alsook die van de politicus die hierop inspeelt, wel steeds gerechtvaardigd is. Ondanks de historische setting is het verband met actuele populistische tendensen zonneklaar.

Ook voor The Wetsuitman (2019), zijn meest recente stuk voor Het Kwartier, vertrekt Freek Mariën van documentair materiaal. Uitgangspunt was de vondst in 2014 op een Noors en een Nederlands strand van twee lijken in duikerspak. Door de lens van een journalist zoomt Mariën steeds meer in op de feiten, tot hij in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus in het vluchtelingenkamp Jarmoek belandt. Het is een caleidoscopisch stuk, dat het onderwerp ‘migratie’ vanuit verschillende perspectieven benadert. Bovenal is het een pleidooi, voor een publiek van veertien jaar en ouder, voor empathie in een verharde samenleving. Stilistisch komt Mariën in The Wetsuitman opnieuw verrassend uit de hoek: wat begint als een Scandinavische krimi, wordt steeds filmischer en meer documentair. Veel minder dan in alle eerdere stukken van Mariëns hand, valt in The Wetsuitman de talige stilering op. Ze is er wel, maar door de ogenschijnlijk journalistieke aanpak is ze geheel geïnterioriseerd, is ze deel van de vertelling geworden.

Laat me daar nog even bij stilstaan: het belang van taal in Mariëns oeuvre. Door de jaren heen, zo blijkt uit het bovenstaande, is het engagement in Mariëns werk toegenomen. Van een auteur die op beladen persoonlijke thema’s inzet, is hij (ook) een politiek schrijver geworden. Mariën heeft de taal daarbij steeds als een sturende kracht gezien, zowel op als naast het toneel. Taal is de drager van de fantasie, maar ze creëert ook werelden en werkelijkheden, ze heeft een performatief aspect. Dat geeft schrijvers een verantwoordelijkheid. Tijdens een zogenaamde State of the Youth, op het Villanova Festival in Antwerpen uitgesproken in 2015, zei Mariën hierover het volgende: “Laten we (…) vraagtekens bij elk woord zetten. Ons weer afvragen wat woorden willen zeggen. En als we het niet precies kunnen uitleggen, moeten er alarmbellen afgaan. Laten we ons beroep beschermen en de leugen voor het theater houden. (…) Sovjetschrijvers hernoemden dingen om ze te verhullen. Laten wij onze leugens gebruiken om die van alledag te onthullen. En laat ons dan alternatieven tonen. Fictie na fictie, leugen na leugen, mogelijkheid na mogelijkheid. En garde.”

Meermaals werd Freek Mariën voor zijn teksten bekroond. Vergiet won in 2012 de internationale Kaas&Kappesprijs, die de beste nieuwe jeugdtheatertekst in het Nederlands-Duitse taalgebied bekroont, en in 2014 de Provinciale Prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen. In 2015 werd hij met Wachten en andere heldendaden een van de jongste laureaten ooit van de Taalunie Toneelschrijfprijs, de voornaamste onderscheiding voor een theatertekst in het Nederlandse taalgebied – extra betekenisvol omdat deze erkenning als schrijver ook van buiten het jeugdtheaterveld kwam. In 2017 werd Mariën met De schaar van de tsaar voor diezelfde prijs genomineerd.

 

DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT 'WACHTEN EN ANDERE HELDENDADEN'

 

Contact: freek.marien@gmail.com / +32473573105

Website: www.hetkwartier.be

Geschreven door Peter Anthonissen 

Peter Anthonissen is sinds 2006 verbonden aan fABULEUS (Leuven) als dramaturg. In Nederland werkt hij als freelance dramaturg voor Theater Artemis en Hoge Fronten. Hij geeft ook les aan de drama en muziek specialisatie jazz/licht opleiding aan de LUCA School of Arts in Leuven (Lemmens Campus).


BIBLIOGRAFIE

  • Iago [repetitie van het niets] (2009)
  • Derwazeens (2009) – uitgegeven bij Bebuquin in ‘Klein Magazijn 6’
  • Vergiet* (2011) (Duitse vertaling beschikbaar bij Verlag der Autoren)
  • Altijd tijd voor taart (2012) – uitgegeven bij Bebuquin in ‘Klein Magazijn 7’
  • Wachten en andere heldendaden* (2014) (Duitse vertaling beschikbaar bij Verlag der Autoren)
  • De schaar van de tsaar* (2017)
  • Wat ze zeggen van de olifant (2017)
  • Het puin van Eden* (2018) – in samenwerking met Carl von Winckelmann
  • The Wetsuitman* (2019)

*uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek