Peter De Graef

Johannes Vande Voorde

Peter De Graef (°1958) is een hedendaagse prediker. Met zijn doorgecomponeerde verhalen zet hij eerst onze ziel open. Vervolgens sluist hij in onze ontvankelijke geesten inzichten binnen rond essentiële vragen naar geluk, menszijn en de staat van de wereld. Weinig auteurs durven vandaag zo onbeschaamd duidelijk te zijn in hun boodschap van algemeen nut.

De Graef leek voorbestemd om acteur te worden, met een vooropleiding aan de Gemeentelijke Muziekacademies in Borgerhout en Merksem, een passage aan het conservatorium bij Dora van der Groen in Antwerpen en vanaf 1979 vier jaar dienst bij het Toneelgezelschap Ivonne Lex. Maar het is met de monoloog Et voilà (1992), een bewerking van verhalen van Guy de Maupassant, dat zijn ware roeping zich openbaart. De Graef droomt er aanvankelijk van romanschrijver te worden, maar gezien zijn parcours als acteur richt zijn schrijven zich vanzelf naar het theater. Zijn hang naar een vorm van epiek neemt hij mee: op een paar decennia tijd bouwt De Graef een omvangrijk oeuvre uit aan theaterteksten die in al hun complexe gelaagdheid niet zelden aandoen als romans.

 

Ratio versus emotie

 

Voor de ontwikkeling van dat auteurschap zijn de jaren na Ivonne Lex cruciaal. De Graef verdiept zich in biologie, fysica, boeddhisme en filosofie. Het mondt uit in een bij momenten encyclopedisch schrijven rond een centrale as in zijn werk: het conflict tussen wetenschap/ratio en spiritualiteit/emotie. In die worsteling kiest De Graef overtuigd de kant van dat laatste, of zoals het al luidt in Et voilà: ‘Theorieën zijn voor angsthazen. Vliegenmeppers, dat zijn het, om vragen op afstand te houden.’ De hedendaagse mens heeft meer kennis dan ooit, maar hij weet nog steeds niet wie hij is, of wat de zin is van het leven, zoals de verteller vaststelt in de openingszin van Zoals de dingen gaan (2008). Niet dat Peter De Graef het wél weet, overigens. Zijn teksten bieden, zeker tijdens de eerste jaren van zijn schrijverschap, geen oplossingen. Het zijn gedachte-oefeningen waarmee hij de rekbaarheid beproeft van zijn eigen geest én van die van zijn lezers.

 

Wat is de zin van het leven?

Wat is de betekenis van muziek?

Hm!? Wat betekent dat?

Wat is de spijsvertering van een stoel?

Een stoel heeft geen spijsvertering.

Is dat daarom een slechte stoel?

Nee.

Als een stoel een spijsvertering had, zou je d’r waarschijnlijk niet prettig op kunnen zitten.

Als muziek betekenis heeft, is hij wellicht niet meer mooi.

Als het leven zin heeft, zou het zich allicht niet meer kunnen voltrekken zoals dat nu gebeurt.

 

(uit: Zoals de dingen gaan)

 

De Graef beseft dat hij bezig is met moeilijke, abstracte materie. Hij verlaat zich bijgevolg op het verhaal om zijn inzichten over te brengen. Het soms indrukwekkende spervuur aan wetenschappelijke, politieke en maatschappelijke feiten weet hij nauwgezet te vervlechten met de vaak even hilarische als tragische lotgevallen van zijn personages. Hun concrete, herkenbare kleinmenselijkheid biedt een ingang voor De Graefs dieperliggende boodschap. Neem nu Stanley (2011): aan de tragische familiegeschiedenis van de ‘Vercautertjes’ en de triestige liefdesperikelen van de volwassen ik-figuur koppelt De Graef bespiegelingen rond reclame, politiek en wetenschap, maar ook existentiële vragen over de macht van het toeval en de maakbaarheid van het lot. Maar er is meer. Het narratief is niet enkel het wagentje waarin De Graef zijn lading vervoert, het is ook deel van die boodschap zelf. In vrijwel elke tekst bevraagt De Graef het statuut van taal en verhaal, als een manier om de wereld te construeren. Taal en verhaal zijn onbetrouwbaar, ze scheppen slechts een illusie van orde en controle en ze zijn ongeschikt in de eeuwige zoektocht naar de waarheid, aangezien “de begrippen, die zich als pissebedden onder de woorden ophouden, voortdurend met ons op de loop gaan.” Hier spreekt de filosoof De Graef, die Wittgenstein heeft gelezen.

 

Ik ben maar een figuur uit een toneelstuk.

En wat ik zeg staat in geen enkel boek.

Dat heb ik zelf verzonnen. Thuis. Aan de keukentafel.

Dat is maar een bril die ik u opzet. Als ge daar door kijkt ziet ge hetgeen ik schets.

En dat geldt voor al die mensen die u iets proberen te zeggen…

En d’r zijn evenveel brillen als er mensen zijn. Zes miljard.

‘De waarheid’ is zoiets als ‘de kiezer’. Onpakbaar.

Als een egel is de waarheid, uiterst kwetsbaar.

 

(uit: Stanley)

 

De positie van de outsider

 

Vanaf 1994 brengt De Graef onder de vlag van vzw De Stichting teksten uit als Ombat (1994), Hun! (1995), Henry (1997) en Niks! (2001) – voor die laatste tekst krijgt hij in 2002 de Vlaams-Nederlandse Taalunie Toneelschrijfprijs. “Niks! vertelt in partjes en beetjes het treurige levensverhaal van een man, die door allerlei oorzaken uiteindelijk zo’n beetje alles verloren heeft dat hij ooit bezat en buiten de maatschappij is komen te staan. Vanuit deze positie beziet hij met verwondering en verbijstering de wereld om zich heen,” zo observeert de jury. De positie van outsider – die op een autobiografisch niveau steeds die van Peter De Graef zelf is – loopt als een basso continuodoor zijn werk. De Graefs helden lijken wel onaangepast aan de wereld waarin ze zijn geworpen, waarbij de Graef onderhuids steeds de vraag stelt of dat de schuld is van de individuele mens of van de samenleving. Het lijden van zijn personages betekent overigens niet dat De Graefs teksten poelen van depressie zijn. Veelal omhult De Graef hun vaak absurde lotgevallen met quasi-luchtige zelfspot en kiest hij ook in genre voor lichtere vormen als de (tragi)komedie, het stand-up format of zelfs – in zijn samenwerkingen met componist Bo Spaenc – voor het gebruik van liedteksten. Alleen past hij daarmee vaak de klassieke truc van de spoon of sugar toe, want de humor zorgt ervoor dat de tragiek er des te harder inhakt. De Graef steekt je in een wisselbad: het begint heerlijk warm en dampend, maar eindigt vaak ijskoud.

 

De taal als zweep

 

De laatste jaren lijkt De Graefs schriftuur op verschillende vlakken te evolueren, in lijn met een veranderende tijd. Waar zijn teksten uit de jaren negentig nog waren doordrongen van een scherpe ironie die elke poging tot zingeving meteen ondergroef, dan lijkt De Graef in meer recente teksten zoals Rudy (2014) steeds waarachtiger zijn mededeling te willen doen. De Boodschap heeft een grote B gekregen. De Graef durft de vragen te stellen die ertoe doen, zonder die meteen weg te lachen. Op vormelijk vlak leidt dat ertoe dat de extreem versplinterde, fragmentarische verhaalvormen van weleer opnieuw coherenter zijn geworden, dat zijn schriftuur opnieuw een klassieke dramatische structuur vertoont. Dat laat zich ook zien in het strakke driedelige concept van Twee zielen, drie levens, zes mensen (2017) of de tragische opbouw-naar-een-climax van Mevrouw Bob (2018). Is die hang naar duidelijkheid te wijten aan het feit dat De Graef steeds bozer wordt op de wereld? Zo voelt het in ieder geval wel. Waar de onvolmaaktheden van het leven zich in ouder werk vooral op het persoonlijke vlak situeerden, komt daar de laatste jaren, aangevuurd door een verontwaardiging rond de bankencrisis en de neoliberale dominantie, een expliciete stellingname bij rond sociale en politieke topics. Daarbij schiet de postmoderne twijfel, de eeuwige nuance van het ‘enerzijds anderzijds’, erbij in. De Graefs toon is verhard. Rudy is grofgebekte furie die aanschuurt tegen misantropie. De tekst doet de lezer pijn, maar het mooie aan De Graef is dat hij zichzelf altijd weer mee in het bad sleurt – zijn j’accuse is steeds ook tot zichzelf gericht. Daardoor verdraagt de lezer zijn soms onverholen moralisme.

 

Die democratie, dat is zo’n zielig systeempje: ge weet nu al dat wat vandaag in de oppositie zit, in de regering zit van morgen.

En de regering van vandaag, zit morgen in de oppositie.

En zo kwanselt de democratie op een sukkeldrafje door de geschiedenis.

En ze kost geld, en energie, en gezever, en het schiet voor geen meter op.

En wat mij ondertussen op monumentale wijze verbijstert, is die verpletterende lijd-zaam-heid waarmee wij, gewone mensen, alles maar laten gebeuren.

Al dat gerommel en gesjacher en geregel achter de schermen.

De leugenachtigheid ook waar onze samenleving van doortrokken is. Ge kunt niet eens buitenkomen of ge glijdt uit over de onwaarheden, ge breekt uwe nek over de oplichterij.

En wij geven geen krimp.

(…)

Het boze in de wereld komt er niet omdat er zoveel boze mensen zijn die boze dingen doen, maar omdat er zoveel vriendelijke mensen zijn die daar niets van zeggen.’

 

(uit: Rudy)

 

De Graef beseft vandaag dat spreken (of schrijven) een vorm van handelen is, dat de taal een zweep is om zichzelf en het publiek mee wakker te ranselen. De prediker heeft aan kracht gewonnen, maar ook aan hoop. Want als een verhaal de wereld construeert, wat houdt ons dan tegen om nieuwe verhalen te schrijven, betere werelden te construeren? ‘Never give up what you do’, zo eindigt Rudy. Hier klinkt een Peter De Graef met meer veerkracht dan ooit tevoren.

 
DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT ‘STANLEY’
 

Contact: peterdegraef@telenet.be 

Geschreven door Evelyne Coussens 

Evelyne Coussens studeerde klassieke filologie aan de Universiteit Gent en theaterwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze werkt bij publiq en is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende andere cultuurmedia (o.a. Ons Erfdeel, rekto:verso, Etcetera, Theatermaker). Ze is lid van de grote redactie van Etcetera en zetelde in verschillende jury’s. Coussens is ook gastdocent rond cultuurtheorie en kunstkritiek aan verschillende hogescholen en universiteiten.


BIBLIOGRAFIE

  • Et Voilà (1992) – uitgegeven bij Bebuquin (vertaald in het Frans, uitgegeven bij International Theatre & Film Books)
  • Ombat (1994) – uitgegeven bij Bebuquin (vertaald in het Frans, uitgegeven bij International Theatre & Film Books)
  • Jeanne ‘D Arc (1994)
  • Een Gemeenschap van Schurken (1995)
  • Hun! (1995)
  • Henry (1997)
  • De Drie Mannen Van Ypsilanti (1997)
  • Drijfijs (1997)
  • Manfred (2000)
  • Valsch Haar (2000)
  • Niks! (2001)
  • De Winter onder de tafel (2001) – bewerking van het gelijknamige toneelstuk van Topor
  • Da’Iss (2001)
  • Slachthuis 5 (Poetiewiet) (2002) – bewerking naar de gelijknamige roman van Kurt Vonnegut
  • Walvismuziek (2004) – vrije bewerking naar de gelijknamige roman van Wally Lamb
  • Parcival (2004)
  • Iets over de liefde (2005)
  • Marianne (2005)
  • D’r was daar ook een hond (2006)
  • En zachtjes viel nog steeds de regen (2007)
  • Sukkels (2007)
  • De Gebroeders Ouedraogo (2007)
  • Inside Stories (naar Sukkels) (2008)
  • Zoals de dingen gaan (2008) – uitgegeven bij Bebuquin
  • Sweet Revenge (2009)
  • Marilyn (2009)
  • Zielsverwanten (2010) – vrije bewerking naar de gelijknamige roman van J.W. von Goethe
  • Alice (2010)
  • Stanley* (2011)
  • De Goede (2011)
  • Valangst (2011)
  • B.F.S.* (2012) (vertaald in het Spaans door Ronald Brouwer, uitgeven bij Collección Textos Téatrales)
  • Everybody Happy* (2013)
  • Hunkerig (2013) – bewerking van ‘Drie zusters’ van Tsjechov
  • Rudy (2014) – uitgegeven bij Bebuquin
  • Lars (2015)
  • Tikkende Tijdbommen (2015) (vierdelige serie)
  • Onze Koen (2016)
  • Achter in een grote tuin (2017)
  • 2 Zelen, 3 levens, 6 mensen (2017)
  • Talking Heads (2018)
  • Kaïros (2018)
  • Niet Doen! (2019)

*uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek