Pieter De Buysser

De Geus

De artistieke praktijk van Pieter De Buysser (°1972) is divers en is niet gemakkelijk voor één gat te vangen. Als schrijver, theater- en filmmaker is hij gevestigd in Brussel, centrum van het politieke Europa, waar hij zich duidelijk in zijn element voelt. Zijn werk geeft blijk van een breed perspectief op het continent en een nauwe betrokkenheid bij de grote politieke vragen. De Buyssers internationale drive ontwikkeldezich als student: na zijn studie literatuur in Antwerpen behaalde hij een master in de filosofie in Parijs waar hij les kreeg van onder anderen Badiou, Rancière en Derrida. Het is wellicht geen toeval dat deze denkers erom bekend staan denkbeelden te hebben ontwikkeld die ertoe nopen de loop van de geschiedenis en de toekomst fundamenteel te herzien. De Parijse wortels in de filosofie werken alleszins door tot in alle vertakkingen van De Buyssers oeuvre. Toch is zijn werk niet zwaar op de hand; zijn schrijfstijl is zo lichtvoetig dat het lijkt alsof de teksten zichzelf vertellen. Maar bovenal slaagt hij erin het grote en omvattende stem te geven door het kleine en schijnbaar onbeduidende aan het woord te laten. Omgekeerd beschouwd zindert in het alledaagse niet zelden een mythische dimensie door. Dat levert in zijn werk geen ongerijmdheden op, maar een meerstemmigheid die de harmonie verkiest boven het conflict, de betovering boven de verstomming.

 

Alles openspreken

 

Tekenend is de keuze voor de naam Lampe, het gezelschap dat De Buysser in 1999 opricht om zijn teksten, vaak in eigen regie of door zichzelf gespeeld, te produceren. De naam verwijst naar de gebochelde knecht van Immanuel Kant, de denker die van de rede het hart maakte van het westerse denken. In de creatie van het personage vervlecht De Buysser op een voor hem kenmerkende wijze feit en fictie. Hij verbeeldt zich dat deze Lampe werd verbannen naar de kelder van het huis van de meester in Königsberg. In de schaduw van het rationalisme zou Lampe drie kritieken geschreven hebben op de randen en marges van Kants hoofdwerken, te weten de kritiek van de geraakte rede, van het vermogen en van de pragmatiek. Van elk van die kritieken maakt De Buysser een theatertrilogie. Na de voltooiing van het project, dat meer dan een decennium duurde, verdween Lampe naar verluidt naar waar hij vandaan kwam.

In Het Litteken Lip (2001), het eerste stuk uit de drie trilogieën, ontvangen drie mannen ieder een brief die in 1790 vanuit Königsberg naar hen verstuurd is. Het heden, verleden en de toekomst van hun leven staan daarin in minutieuze details beschreven. ‘Ziehier de woorden die jullie verzinnen,’ staat er na negen dagen onderaan de steeds veranderende tekst. Zijn zij het die de woorden verzinnen of is het andersom en bewegen ze zich op een terrein dat lang geleden in taal is vastgelegd? Het onvermogen van de personages een eenduidig antwoord te formuleren, weerspiegelt de crisis van het postmodernisme: de mens is van zichzelf vervreemd. Een verlammende constatering, zou je denken, maar voor De Buysser net de aanleiding om de grenzen van de taal te verkennen en het onmogelijke te betrachten. Hij goochelt met woorden, op zoek naar nieuwe vormen en ambivalente betekenissen in de hoop iets te vinden wat aan het categorische denken ontsnapt en alsnog nieuwe horizonten opent. Een niet te herleiden rest die ons herinnert aan dat waar de rede geen vat op krijgt: daar ligt volgens de auteur, die hiermee zijn vertrouwen in de taal belijdt, het begin van de hoop. Of zoals één van de personages het uitdrukt: ‘Hij vertelde me de vertelling van de veranderingen, en terwijl metamorfoseerde hij zich van een haring over een eekhoornfamilie, tot een gezonde peterselietros. Hij sprak alles open.’

De Buysser ontwikkelt in zekere zin een eigen variant op de fabel, bij uitstek het stijlkenmerk van zijn pogingen het grote met het kleine te verenigen. Het traditionele genre illustreert een algemene waarheid of wijsheid aan de hand van een voorbeeld – vaak met een satirische toon, nog vaker belerend. Ook de vertellers in De Buyssers fabels gaan via de verbeelding op zoek naar een ultieme schoonheid, goedheid en waarachtigheid, maar zij weten dat ze die nooit zullen vinden. Dat is een politiek project: een onophoudelijke zoektocht naar een nieuw begin, zonder dat er ooit een blauwdruk voor de utopie komt. Het verhaal blijft onaf en daarin lijkt het revolutionaire karakter te schuilen. Zijn debuutroman De Keisnijders (2012) speelt zich af op een braakliggend terrein in het midden van Berlijn, waar een ronde, kernloze muur is opgetrokken. Dit niemandsland wordt niet de locatie van een plot of een klassieke vertelling. Veeleer blijft het een open en onbestemde ruimte, waar talloze fabels samenkomen die geen aanspraak maken op vaste overtuigingen of rigide schema’s. Neem de fabel van De vetplant en het representatieve meubilair van de zonovergoten praktische zanger:

 

Het begon bij Monika, de vrouw die hun al jaren drie keer per week brood komt brengen. Toen Lis hem haar vertelde moest ze er ongelofelijk om lachen. Weer thuis durfde ze eindelijk, na maanden, die brief te versturen waar ze al zo lang op had zitten broeden. Diezelfde dag nog scoorde Monika met de fabel bij haar vriendinnen in de bakkerij, die vertelde hem thuis aan hun kinderen en hun echtgenoten, sommige begonnen oude meubelen weg te gooien, een aantal schreef zich voor het eerst in voor tapdanslessen … de dag erna sloop de fabel door schoolpoorten en draaideuren van kantoren, en vanaf toen ging hij ook online. […] Er stak een golf op aan petities voor de meest radicaal-solidaire wetsvoorstellen en burgerinitiatieven, en de bioscopen en de boekenwinkels kenden enkele dagen lang een ware bloei, niet de kook- en coureursboeken, maar de vuistdikke, levensveranderende romans, de poëzie, en de klassieke filosofie verkochten als Monika’s koffiekoeken.

 

De wereld anders denken

 

Na onder andere de lecture-performance An anthology of optimism (2009) met Canadees schrijver-performer Jacob Wren en Book Burning (2012), een monoloog in samenwerking met beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck die De Buysser zelf op verschillende plaatsen in Europa speelde, schreef hij Landschap met springwegen (2014). De tekst is het verhaal van een liefde die de geschiedenis verandert. Door hartstocht gedreven tracht Zoltan zijn Francesca terug te vinden. De jonge knaap reist haar achterna op zijn paard Abbas. De zoektocht leidt de figuren uit een andere tijd binnen in het heden, in de wereld van een modaal gezin met modale problemen – pubers, werkloosheid, overspel, alcohol. Aan het eind is niemand nog wie hij dacht te zijn. Het toneel staat vol objecten die een unieke rol speelden in onze geschiedenis, waaronder zand uit de grot van Plato, een uitsparing in de eettafel van Thomas van Aquino, de bel van Pavlov. De dingen staan er als tastbare getuigenissen van de ambitie van grote denkers om de geschiedenis te onderwerpen. Ze hebben de wereldgeschiedenis in een filosofisch, religieus, economisch, psychologisch, cultureel en politiek harnas gedwongen. Ze vormen oriëntatiepunten in een geschiedenis die zichzelf begrijpt als lineair, doelmatig en onweerlegbaar. In de zeer concrete ruimte van het toneel vinden de meest abstracte opvattingen over de geschiedenis bij De Buysser een tastbare vorm. Dat maakt ze klein en handzaam, maar daarom niet minder metaforisch: het theater wordt een ruimte waarin de acteur – door de objecten te manipuleren – de bakens van ons denken letterlijk en figuurlijk kan verplaatsen. De dingen liggen niet vast, zo lijkt hij ons te vertellen, het gebruik is wat hen bepaalt.

In 2015 richt Pieter de Buysser samen met theatermaker Thomas Bellinck de productiestructuur ROBIN op. Onder die vleugels gingen alleen al in 2017 drie van zijn stukken in première: The After Party, Le Rire des moineaux en The Tip of the Tongue. Die laatste is een multimediale astronomieperformance waarin wetenschap en fictie samenkomen terwijl het publiek in achteroverliggende stoelen kijkt naar een videoprojectie op een koepel van een planetarium. De mysterieuze Grace en detective Raymond stappen aan boord van een schip met een deeltjesversneller. Eenmaal in een draaikolk ergens in de Zuid-Chinese zee komen ze terecht in een parallel universum, terwijl ze met de verteller in het planetarium verbonden blijven via een kwantumpartikel in het puntje van zijn tong. Een spannende tocht naar het eind van tijd en ruimte is wat volgt. Ook hier krijgt het onmetelijk grote – de kwantumfysica – vorm in het concrete en behapbare – een detectiveverhaal dat zich afspeelt in het planetarium van Brussel. Daar is de voorstelling na de première tijdens het Kunstenfestivaldesarts 2017 te zien op elke elfde van de maand. Het stuk doet waar goede science-fiction in slaagt: de bouwstenen van het heden gebruiken om middels sterke verbeelding een toekomst te bouwen die ver weg is en toch zo dichtbij. Het is kenmerkend voor hoe De Buysser telkens weer op speelse wijze de grenzen van ons denk- en voorstellingsvermogen aftast, op zoek naar nieuwe perspectieven die de wereld anders helpen denken met het uiteindelijke doel haar ook te veranderen.

 
DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT ‘LANDSCHAP MET SPRINGWEGEN’

 

Contact: post@pieterdebuysser.com/ +32485896282

Website: www.pieterdebuysser.com en www.robinbrussels.org

Geschreven door Kurt Vanhoutte en Joeri van Spijk 

Kurt Vanhoutte is professor theaterwetenschap aan de Universiteit Antwerpen, waar hij de Master in Theater en Filmwetenschap coördineert. Hij is oprichter en woordvoeder van het Research Centre for Visual Poetics. Zijn onderzoek focust op de impact van wetenschap en technologie op theater en performance.

Joeri van Spijk volgt de Master Theater- en filmwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is assistent artistieke leiding bij Het Zuidelijk Toneel en werkt als dramaturg voor diverse projecten.


BIBLIOGRAFIE

Korte stukken: 

  • Het kan vriezen en het kan dooien (1992) – in samenwerking met Benjamin Verdonck
  • Othello, de koffiepot (1993) – vrije bewerking van Shakespeare
  • Een kleine remedie tegen het vallen (1993)
  • Het lekt (1993)
  • 100 redenen om revolutie te verplegen, een dramatisch poëti-politicologisch aftelzwijntje (1997)
  • <O> Artaud, Joyce en de houtworm (2002)
  • Nachtzon* (2004) (vertaald naar het Duits door Benoit Ophoff uitgegeven bij Henschel Schauspiel Verlag en Engels door Rina Vergano)
  • Een zonnige verschrikking (2005)
  • De vuurweg, fire away (2006)
  • Trotski en de ijsbijl (2006)

 

Lange stukken:

  • De maten van het mogelijke (1999)
  • De Zoete Kaan, een toneelgedicht in een vorig en voorlopig bedrijf (2000)
  • Een kleine doortocht buiten verdenking (2000)
  • Het Litteken Lip* (2001) (vertaald naar het Duits door Andreas Ecke, uitgegeven bij Henschel Schauspiel Verlag)
  • Lotus Drive* (2002) (vertaald naar het Frans door Daniel Franco)
  • De vader en het hert (2002) (vertaald naar het Frans door Anne Vanderschuren en Italiaans door Gianni Poli uitgegeven bij il melangolo)
  • Stranden* (2003)
  • Het onthaal van Ismael Stamp (2003) (vertaald naar het Tsjechisch, Frans door Anne Vanderschuren uitgegeven bij L’Arche, Engels door Rina Vergano, Duits door Franz Rabe uitgegeven bij Henschel Schauspiel Verlag en Noors)
  • Aangesproken, de as en de boter* (2003)
  • Het groeien van de bomen* (2004) (vertaald naar het Frans door Anne Vanderschuren)
  • Eekhoornbrood* (2004) (vertaald naar het Tsjechisch, Pools, Engels door Pete Connelly, Noors en Frans door Anne Vanderschuren)
  • Condor Unlimited (vertaald naar het Duits uitgegeven bij Henschel Schauspiel Verlag en Engels door Pete Connelly)
  • Robinson, de vrouw en de neger* – bewerking van de gelijknamige roman van J.M. Coetzee
  • Dood en ontwaken (2007)
  • Glanzen* (2007)
  • Isaac and all the things he doens’t understand* (2008) (vertaald naar het Engels)
  • Lof der speculatie (2009) (vertaald naar het Engels)
  • De Judaspassie (2009)
  • An Anthology of Optimism (2009) – in samenwerking met Jacob Wren
  • Nachtevening* (2009) (vertaald naar het Engels en Frans uitgegeven bij L’Arche)
  • Metselvariaties voor beginners (2010) (vertaald naar het Duits en Frans uitgegeven bij L’Arche)
  • MUUR (2010)
  • De ongelooflijke veranderingen van meneer Afzal (over zijn glazen been wordt niet gesproken) (2011-2013) – uitgegeven bij Literarte
  • Book Burning (2012) – uitgegeven bij Bebuquin (vertaald naar het Tsjechisch, Duits, Engels uitgegeven bij Oberon Books en Frans uitgegeven bij L’Arche)
  • The myth of the great transition (2013) (vertaald naar het Engels)
  • Landschap met springwegen* (2014) (vertaald naar het Tsjechisch, Duits, Engels door Jody Hruby, Miles O’Shea en Pieter De Buysseruitgegeven bij Oberon Books en Frans uitgegeven bij L’Arche)
  • Immerwahr (2015) (vertaald naar het Tsjechisch, Duits door Uwe Dethier en Engels)
  • De zonder zon zon (2016) – uitgegeven bij Bebuquin
  • Le rire des moineaux (2017) (vertaald naar het Frans, uitgegeven bij L’Arche)
  • The Tip of the Tonque (2017) (vertaald naar het Engels en Frans uitgeveven bij L’Arche)
  • The Afterparty (2017) (vertaald naar het Engels en Frans uitgeven bij L’Arche)

 

*uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek