Tom Lanoye

Dries Luyten

Tom Lanoye (°1958) is op dit ogenblik een van Vlaanderens meest zichtbare en meest gelauwerde schrijvers. Hij is dichter, romancier, toneelauteur, columnist en performer. Hij debuteert in de jaren tachtig en zet meteen een nieuwe toon in de Vlaamse letteren: provocatief, spottend, zonder respect voor heilige huisjes. Hij wordt al snel de ‘angry young man’ van de Vlaamse letteren genoemd. Terwijl hij in zijn beginjaren vooral de nadruk legt op entertainen, profileert hij zich sinds de vroege jaren negentig als het publieke geweten van progressief Vlaanderen. Hij neemt stelling tegen racisme, tegen discriminatie van homo’s en minderheden, en voor een multiculturele samenleving. Ook met de situatie in Zuid-Afrika, zijn tweede thuisland, is hij intens begaan. Hij verschijnt regelmatig als gast in actualiteitenprogramma’s, zowel in Vlaanderen als in Nederland en geniet een grote bekendheid.

 

Het theater van de slagerij

 

Hoewel zijn romans nog de meeste aandacht krijgen, zijn zijn toneelstukkenmogelijk zijn beste werken. Gezien zijn familiale achtergrond moet dat misschien niet verwonderen. Lanoye’s moeder was een flamboyante amateuractrice. Later zal Lanoye in zijn veelgeprezen en verfilmde roman Sprakeloos (2009) aangrijpend beschrijven hoe zijn moeder door een beroerte haar spraak verloor. Ook de slagerij waarin hij opgroeide, beschouwt Lanoye als een vorm van theater: “Het middenstandsmilieu waarin ik opgroeide, heeft vanzelf iets theatraals. Een winkeltoog is een podium. Dezelfde moppen, dezelfde replieken: geënsceneerde gezelligheid.” Wat er ook van zij, Lanoye heeft al snel de openbaarheid van het podium opgezocht. Hij doet aan cabaret en is een pleitbezorger en gangmaker voor de poëzieperformance. Het is een manier om zich af te zetten tegenover een te elitaire, te intellectualistische en te talige opvatting van de literatuur. Hij stond lijnrecht tegenover het postmodernisme en het deconstructiedenken dat vanaf de jaren tachtig de Vlaamse literatuur en literatuurstudie beïnvloedde. Het performen voor een publiek heeft ook te maken met een pleidooi voor meer fun: “Literatuur is voor mij in de eerste plaats oraal. En waarom zou ik me als schrijver afkeren van het openbaar leven? Ik heb mezelf altijd als een soort blueszanger gezien, die optreedt tot hij er dood bij neervalt, of toch minstens tot zijn tachtigste.” Misschien is taal voor Lanoye meer middel dan doel. Hij wil zich niet beperken tot één enkel genre maar verschillende expressiemiddelen uitproberen: “Ik ben trouwens geen schrijver maar een auteur. Een schrijver schrijft alleen. Ik zoek alle mogelijke manieren om teksten van mij naar een publiek te brengen.” Gedurende zijn hele carrière maakt hij solovoorstellingen waarin hij gedichten, fragmenten uit zijn romans en scènes uit zijn toneelstukken live brengt, al danniet begeleid door muziek of in een multimediale context.

 

Repertoire in rap

 

Zijn eerste proeve van een toneeltekst is De Canadese Muur (1989) die hij samen met generatiegenoot Herman Brusselmans schrijft: ‘harteloos familiedrama over voetbal, drank en Vlaanderen’, zoals het wordt aangekondigd. Het is een ludiek, satirisch en cynisch stuk waarin niet alleen verwijzingen naar het voetbalspel een belangrijke rol spelen, maar ook naar Hamlet en naar het theaterspel zelf. Jules en Alice (1991) – een bewerking van een van de verhalen uit zijn prozadebuut Een slagerszoon met een brilletje (1985) – is een tragikomedie die in flashbacks terugkijkt op de relatie tussen garagist Jules, met een passie voor autowrakken, en zijn vrouw Alice. Voor de taal van zijn stuk maakt Lanoye gebruik van de plastische mogelijkheden van het Vlaams, zoals veel toneelschrijvers van zijn generatie. Dat geldt ook voor Blankenberge (1991). Terwijl zich in Vlaanderen vanaf de jaren tachtig een beweging ontwikkelt die de klassieke theatertekst in vraag stelt, blijft Lanoye vasthouden aan de dramatische conventies. Zijn grote leerschool én zijn doorbraak als toneelschrijver is het marathon-project Ten Oorlog (1999) dat hij met regisseur Luk Perceval schrijft. De tien uren durende voorstelling is gebaseerd op vijf koningsdrama’s van Shakespeare over the wars of the roses tussen het huis van Lancaster en het huis van York over de Engelse troon. Lanoye schrijft voor het eerst in vijfvoetige jamben, een metrum dat hij zal blijven verfijnen. De taal van Ten Oorlog is een mengsel, een rap van verschillende talen en registers, vol verwijzingen naar hoge en lage cultuur, poëtisch en vulgair tegelijk, literatuur en straattaal gesampled. Lanoye overtuigt vriend en vijand met zijn bravourestuk.

Ten Oorlog is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van Lanoye en opent nieuwe mogelijkheden voor hem als toneelschrijver met het hertalen en herwerken van grote repertoirestukken, vooral tragedies. Met die methode schrijft hij een aantal van zijn beste stukken. Voor zijn Mamma Medea (2001) baseert Lanoye zich zowel op de tragedie van Euripides als op het Argonautenverhaal van Appolonios van Rhodos, omdat hij op die manier ook de voorgeschiedenis van het stuk kan vertellen. Lanoye laat het koor weg en concentreert zich op de harde confrontatie tussen Medea en Jason. Zeker van zijn kunnen, gaat Lanoye meer experimenteren met theatervormen. De Jossen. Val en revival der saamhorigheid (2004) is een gekunsteld stuk waarin iedereen Jos heet. Het ondergraaft elke dramatische structuur. Het kan als een monoloog gebracht worden, maar het kan ook gespeeld worden door twintig acteurs. Diplodocus Deks. Triomf der archeologie (2004) wordt door de auteur zelfs “een tragikomedie van de democratie” genoemd. Het is het verhaal dat over een gemeenschap gaat die ontwricht raakt door de vooruitgang. Opvallend is dat het verhaal achterstevoren verteld wordt.

 

Midden in de wereld

 

De politieke en maatschappelijke thematiek wordt steeds belangrijker in het werk van Lanoye, zowel in zijn columns en romans als in zijn toneelstukken. In zijn vroege columns en essays gaat hij in de eerste plaats op een polemische manier in discussie met de literatuur en de literaire persoonlijkheden in Vlaanderen. Vanaf de jaren negentig komen maatschappelijke thema’s veel meer op de voorgrond. In zijn romans voltrekt zich een ontwikkeling van ‘kleine’ autobiografisch gekleurde verhalen (Een slagerszoon met een brilletje) naar grote verhalen over de mistoestanden in de Belgische samenleving (Het goddelijk monster, Zwarte tranen, Het derde huwelijk) en in onze geglobaliseerde wereld (Gelukkige slaven). Hetzelfde gebeurt in zijn toneelstukken. Fort Europa (2005) is een goed voorbeeld. Het is een hybride tekst die bestaat uit zeven monologen van archetypische figuren die voor een enscenering verknipt kunnen worden, maar de tekst kan ook als een novelle gelezen worden. Europeanen kunnen alleen maar echt Europeanen worden door het fort te verlaten, aldus de verrassende conclusie waartoe drie hoeren op het einde van het stuk komen.

Toneel is een kunst in het hier en nu. In de teksten van Lanoye – of ze nu teruggaan tot de Griekse tragedies, Shakespeare of Tsjechov – klinkt steeds de politieke en maatschappelijke actualiteit door. Zo neemt Agamemnon bij het beleg van Troje in Atropa. De wraak van de vrede (2008)woorden in de mond die George Bush jr. en Donald Rumsfeld uitspraken tijdens de invasie van Irak. De politieke discussies in Mefisto for ever (2006) verwijzen naar de toenmalige mogelijkheid van een doorbraak van de extreemrechtse partij Vlaams Belang in Antwerpen. In Bloed en Rozen. Het lied van Gilles en Jeanne (2011) refereert de ondervraging van Jeanne d’Arc en Gilles de Rais door een geestelijke naar de pedofilieschandalen in de Katholieke Kerk. Revue Ravage. Dood van een politicus (2015) gaat over de maakbaarheid van een politicus en in GAZ. Pleidooi voor een gedoemde moeder (2015) komt de moeder van een jihadi-strijder aan het woord. In Koningin Lear (2015) wordt de oude koning Lear vervangen door een machtige zakenvrouw die haar imperium over haar drie zonen verdeelt en in De Russen! (2011) vermengt Lanoye scènes uit Ivanov en Platonov, twee teksten van Tsjechov, en voegt er een aantal nieuwe scènes aan toen om de band met het heden te versterken.

Zoals veel hedendaagse toneelauteurs schrijft Lanoye zijn stukken ingebed in een bepaalde toneelpraktijk. Hij weet met andere woorden wie zijn stuk gaat regisseren en welke acteurs de rollen zullen spelen. Lanoye werktemet enkele van de belangrijkste Vlaamse en Nederlandse regisseurs van zijn generatie: Guy Cassiers, Ivo van Hove, Luk Perceval en Johan Simons. Hij schrijft bij voorkeur voor grote ensembles. Soms is het zo dat een acteur of actrice het schrijven van een stuk bepaalt. Dat was het geval bij de Nederlandse actrice Abke Haring, voor wie Lanoye een androgyne Hamlet in Hamlet vs Hamlet (2014) schreef. Het is, paradoxaal genoeg, die inbedding waardoor Lanoye toneelteksten schrijft met een blijvende dramatische kracht.

Hij is een van de weinige toneelauteurs wiens theaterteksten in Vlaanderen organisch tot de literatuur gerekend worden. Alleen Hugo Claus ging hem daarin voor. Dat heeft niet in de laatste plaats te maken met het feit dat Lanoye een grote naamsbekendheid heeft en dat zijn uitgever ook zijn theaterteksten onmiddellijk publiceert. Maar Lanoye schrijft ook zeer bewust repertoiretoneel: teksten die meer dan één keer geënsceneerd willen en kunnen worden, omwille van hun grote speelbaarheid en hun inhoudelijke relevantie.

Lanoye gelooft in het drama en zijn mogelijkheden. “Ik ben een post-Heiner Mülleriaan. Dat wil zeggen, ik geloof in drama. Als we het drama per se gaan veroordelen tot een gepasseerd station, dan zou ik vreselijk hartzeer hebben. Ik ben op mijn best als juist dat drama erin komt. We mogen dat niet overlaten aan alleen maar film en tv- series.” Hij gelooft in de kracht van het woord en van de retoriek, in heldere personages en in scherpe conflicten. In die zin kan zijn werk ‘neo-klassiek’ genoemd worden, in de beste betekenis van dat woord.

 
DOWNLOAD TEKSTFRAGMENT UIT ‘FORT EUROPA’
 

Contact: ellen.vantichelt@gmail.com

Website: www.lanoye.be

Geschreven door Erwin Jans

Erwin Jans werkt momenteel als dramaturg bij Toneelhuis in Antwerpen. Hij geeft les over theater en drama aan de Artesis Hogeschool Antwerpen, waar hij ook onderzoek doet naar de geschiedenis van de dramaturgische tekst. Hij schrijft geregeld over literatuur, theater en cultuur. Hij publiceerde o.a. Interculturele intoxicaties. Over kunst, cultuur en verschil (2006) en was co-redacteur van Hotel New Flandres (2008), een bloemlezing van naoorlogse Vlaamse poëzie. Samen met Eric Clemens schreef hij het essay Democratie onder vragen (2010), dat ook in het Frans verscheen. in 2017 publiceerde hij een anthologie van het theaterwerk door de Vlaamse toneelschrijver en regisseur Tone Brulin.  


BIBLIOGRAFIE

  • De Canadese Muur (1989) – in samenwerking met Herman Brusselmans
  • Blankenberge (1991)
  • Bij Jules en Alice (1991)
  • Celibaat (1993) – naar Gerard Walschap
  • Ten oorlog (1997) – in samenwerking met Luk Perceval naar Shakespeare, uitgegeven bij Prometheus (e-book)
  • Mama Medea (2001) – naar Euripides en Apollonios van Rhodos
  • Diplodocus Deks (2004)
  • De Jossen (2004)
  • Fort Europa (2005) – uitgegeven bij Prometheus (vertaald naar het Engels door Brian Doyle)
  • Mefisto for ever (2006) – vrij naar de roman van Klaus Mann
  • Atropa. De wraak van de vrede (2008) – vrij naar Euripides, Bush, Rumsfeld en Malaparte
  • Alles eender (ganzenpas) (2008)
  • Bloed en Rozen (2011)
  • De Russen! Ivanov meets Platonov (2011) – vrij naar Tsjechov
  • Hamlet versus Hamlet (2014) – naar Shakespeare, uitgegeven bij Prometheus (e-book)
  • Koningin Lear (2015) – naar Shakespeare, uitgegeven bij Prometheus (e-book)
  • Revue Ravage. Dood van een politicus (2015)
  • Gaz. Pleidooi van een gedoemde moeder (2015) – uitgegeven bij Prometheus (e-book) (vertaald naar het Engels)
  • La reine Lear (2019) – naar Shakespeare